Sowlea

Italiaanse muziektermen, eenvoudig uitgelegd

In de meeste bladmuziek ter wereld staan Italiaanse woorden die je vertellen hoe je moet spelen: hoe snel, hoe hard en met welk gevoel. Je hoeft geen Italiaans te spreken. Leer ze in groepjes en bedenk bij elk woord een beeld, dan blijven ze hangen.

Gecontroleerd op 7 oktober 2026

In deze les

Zo lees je deze woorden

De woorden staan boven of onder de muziek. Een tempowoord zoals Allegro aan het begin vertelt je hoe snel. Tekens voor geluidssterkte vertellen hoe hard: p is de afkorting van piano (zacht) en f van forte (hard). (De volledige naam van het instrument, pianoforte, betekent ‘zacht-hard’, omdat het allebei kon spelen.) Kleine hulpwoordjes zoals molto (heel) of poco (een beetje) veranderen het woord ernaast, net zoals ‘heel’ en ‘een beetje’ dat in het Nederlands doen.

Bij veel stukken staat ook een getal zoals ♩ = 120. Dat betekent 120 tellen per minuut (BPM): zet je metronoom daarop. De BPM-getallen in deze lijst zijn maar ruwe richtlijnen. Boeken en metronomen geven net iets andere getallen, en het juiste tempo hangt ook van het stuk af.

Alle termen per groep

116 termen

Tempo

Grave 25–45 BPM
Heel langzaam en ernstig.Een zware klok die langzaam luidt.
Largo 40–60 BPM
Heel langzaam en breed.Een olifant die rustig loopt.
Lento 45–60 BPM
Langzaam.Een slak die over een blad kruipt.
Larghetto 60–66 BPM
Langzaam, maar iets minder langzaam dan largo.Een kleine olifant: nog steeds langzaam, maar wat lichter.
Adagio 66–76 BPM
Langzaam en op je gemak.Op je rug drijven in kalm water.
Andante 76–108 BPM
In wandeltempo, ‘gaande’.Naar school slenteren met tijd genoeg.
Andantino 84–112 BPM
Iets sneller dan andante (zo lezen de meeste muzikanten het tegenwoordig).Een vlot wandelingetje.
Moderato 108–120 BPM
Matig, in een gemiddeld tempo.Fietsen over een vlakke weg.
Allegretto 112–128 BPM
Vrij vlug en licht, iets langzamer dan allegro.Vrolijk huppelend over een pad.
Allegro 120–156 BPM
Vlug en levendig. Het woord betekent ook vrolijk.Rennen op het schoolplein.
Vivace 140–176 BPM
Levendig en snel.Een puppy die niet stil kan zitten.
Presto 168–200 BPM
Heel snel.Een konijn dat wegschiet.
Prestissimo 200+ BPM
Zo snel mogelijk.Een jachtluipaard op volle snelheid.

Tempo veranderen

accelerando
Geleidelijk sneller worden. Afkorting: accel.Een trein die het station uit rijdt.
ritardando
Geleidelijk langzamer worden. Afkorting: rit. of ritard.Een fiets die uitrolt tot stilstand.
rallentando
Geleidelijk vertragen (bijna hetzelfde als ritardando). Afkorting: rall.Een draaimolen die langzaam stopt.
ritenuto
Ingehouden: meteen langzamer, niet geleidelijk. Afkorting: riten.Echt remmen, in plaats van alleen ophouden met trappen.
allargando
Langzamer en breder worden, vaak ook harder.Een grote finale met wijd gespreide armen.
stringendo
Aandringend, sneller worden van opwinding.Gaan rennen omdat de bus eraan komt.
a tempo
Terug naar het vorige tempo.Na een omweg weer gewoon verder lopen.
tempo primo
Terug naar het tempo van het allereerste begin. Ook geschreven als Tempo I.Terug naar de startstreep.
rubato
Het tempo vrij rekken en versnellen voor de expressie.Een verhaal vertellen, even een spannende pauze, en dan verder.
fermata
Het teken 𝄐 (fermate): houd deze noot of rust langer aan dan geschreven.Een video pauzeren op je favoriete moment.
l'istesso tempo
Houd dezelfde snelheid van de tel aan, ook al verandert de maatsoort (de getallen zoals 3/4 aan het begin).Dezelfde hartslag, een andere dans.

Geluidssterkte

pianississimo ppp
Zo zacht mogelijk. Geschreven ppp.Een veertje dat neerdaalt.
pianissimo pp
Heel zacht. Geschreven pp.Fluisteren in de bibliotheek.
piano p
Zacht. Geschreven p.Zachtjes praten zodat de baby blijft slapen.
mezzo piano mp
Half zacht. Geschreven mp.Kletsen aan de eettafel.
mezzo forte mf
Half hard. Geschreven mf.Je gewone praatstem in de klas.
forte f
Hard (luid). Geschreven f.Een vriend roepen aan de andere kant van het schoolplein.
fortissimo ff
Heel hard. Geschreven ff.Juichen bij een voetbalwedstrijd.
fortississimo fff
Zo hard mogelijk. Geschreven fff.Donder recht boven je hoofd.

Geluidssterkte veranderen

crescendo
Geleidelijk harder worden. Afkorting: cresc., of een lange vork onder de noten die opengaat (zoals een uitgerekte <).Een golf die opbouwt.
decrescendo
Geleidelijk zachter worden. Afkorting: decresc., of een lange vork die dichtgaat (zoals een uitgerekte >). Niet verwarren met het kleine accent > boven één noot.Een golf die wegebt op het zand.
diminuendo
Geleidelijk zachter worden (hetzelfde als decrescendo). Afkorting: dim.Een auto die in de verte wegrijdt.
sforzando
Een plotseling sterk accent op één noot. Geschreven sfz of sf.Een plotselinge klap in je handen.
forte-piano
Hard, en meteen daarna zacht. Geschreven fp.Een deur die dichtslaat, en dan stilte.
subito
Plotseling. Subito piano betekent plotseling zacht.Het licht uitdoen met één klik.
morendo
Wegstervend, zachter en meestal ook langzamer.Een kaars die langzaam uitgaat.

Stemming en karakter

dolce
Zoet, zacht en lief.Een slaapliedje zingen.
cantabile
Zingend, vloeiend en expressief.Spelen alsof je instrument zingt.
espressivo
Met expressie en gevoel. Afkorting: espress.Een verhaal vertellen dat voor jou belangrijk is.
con brio
Met vuur en energie, met elan.Op de eerste ochtend van de vakantie uit bed springen.
con fuoco
Met vuur, hartstochtelijk.Een draak die vlammen spuwt.
maestoso
Majestueus, groots en waardig.Een koning die de zaal binnenkomt.
grazioso
Sierlijk, gracieus.Een balletdanseres die ronddraait.
giocoso
Speels, vrolijk.Kittens die met een bol wol spelen.
scherzando
Schertsend, licht en plagerig.Verstoppertje spelen.
leggiero
Licht, met een lichte aanslag.Op je tenen over stenen in een beekje stappen.
pesante
Zwaar, met gewicht.Een stampende reus.
tranquillo
Rustig, vredig.Een stil meer bij zonsopgang.
agitato
Onrustig en opgewonden.Wachten op je toetsuitslag.
animato
Levendig, vol leven (vaak iets sneller).Een tekenfilm die tot leven komt.
sostenuto
Aangehouden: houd de noten vol aan, vaak iets langzamer.Een lange adem vasthouden tijdens het zingen.
misterioso
Geheimzinnig.Met een zaklamp een donkere grot in lopen.
appassionato
Hartstochtelijk.Vertellen over waar je het meest van houdt.
semplice
Eenvoudig, zonder extra versiering.Een gewoon glas water.
tenero
Teder.Een vogeltje in je handen houden.

Hoe je elke noot speelt

legato
Vloeiend verbonden, zonder gaatjes tussen de noten.Een lijn tekenen zonder je potlood op te tillen.
staccato
Kort en los van elkaar. Aangegeven met een puntje boven of onder de noot.Bellen één voor één laten knappen.
staccatissimo
Heel kort en scherp. Aangegeven met een klein wigje.Regendruppels die op een blikken dak tikken.
tenuto
Houd de noot zijn volle lengte aan, misschien een tikje langer. Aangegeven met een kort streepje.Een deurbel indrukken en ingedrukt houden.
marcato
Gemarkeerd: elke noot krachtig en duidelijk. Aangegeven met het teken ^.De laarzen van marcherende soldaten.
accent
Speel deze noot sterker dan de noten eromheen. Aangegeven met een kleine > boven of onder de noot. (‘Accent’ is hier het Engelse woord, en toevallig ook gewoon Nederlands; in het Italiaans is het accento.)Eén woord in een zin harder zeggen.
portato
Tussen legato en staccato: licht gescheiden, zacht aangedrukte noten. Aangegeven met puntjes (of korte streepjes) onder een boog.Voetstappen in zachte sneeuw.
glissando
Van de ene noot naar de andere glijden, langs alle noten ertussen. Afkorting: gliss.Van een glijbaan in het park glijden.
tremolo
Heel snel één noot herhalen, of heel snel heen en weer gaan tussen twee noten. Afkorting: trem.De vleugels van een kolibrie.
trill
Een noot snel afwisselen met de noot erboven. Aangegeven met tr. (‘Trill’ is Engels; in het Nederlands triller, in het Italiaans trillo.)Het fluitende liedje van een vogel.
arpeggio
Speel de noten van een akkoord na elkaar, zoals op een harp.Eén voor één over stapstenen klimmen.

Herhalingen en wegwijzers

𝄆 … 𝄇
Herhalingstekens 𝄆 … 𝄇: speel de muziek ertussen twee keer. Staat er alleen het eindteken 𝄇, ga dan terug naar het allereerste begin.Op ‘opnieuw afspelen’ drukken bij een liedje.
da capo
Vanaf het begin. Afkorting: D.C.Bij een bordspel terug naar de start.
dal segno
Ga terug naar het teken 𝄋. Afkorting: D.S.Terug naar je boekenlegger.
al fine
En speel tot het woord Fine. D.C. al Fine: ga terug naar het begin en stop bij Fine.Meerijden tot de halte ‘eindpunt’.
al coda
Als je na D.C. of D.S. bij het teken ‘To Coda’ 𝄌 komt, spring je naar de coda: het slotstuk, dat met hetzelfde teken begint.De kortere weg naar de finish nemen.
fine
Het einde (samen met D.C. of D.S.).De laatste bladzijde van een boek.
coda
Een slotstuk aan het einde. Het teken is 𝄌.Het staartje van het stuk.
segno
Het teken 𝄋 waar D.S. je naar terugstuurt.Een vlaggetje dat de plek aangeeft.
volta
Haken voor het 1e en 2e slot (1. en 2.), vaak ‘eerste huisje’ en ‘tweede huisje’ genoemd. De eerste keer speel je het 1e huisje en ga je terug naar het herhalingsteken. De tweede keer sla je het 1e huisje over en speel je het 2e.Twee verschillende deuren uit dezelfde kamer.
bis
Twee keer: herhaal dit korte stukje.Eén keer ‘nog een keer!’ roepen.
simile
Ga op dezelfde manier door.De volgende rij in hetzelfde patroon breien.
attacca
Ga zonder pauze meteen door naar het volgende deel.Twee treinwagons die aan elkaar gekoppeld zijn.

Kleine hulpwoordjes

molto
Heel, veel. Molto allegro: heel vlug.Extra pittig.
poco
Een beetje. Poco più mosso: een beetje sneller.Een snufje zout.
poco a poco
Beetje bij beetje.Stap voor stap een heuvel op klimmen.
più
Meer. Più forte: harder.Nog één lepel erbij.
meno
Minder. Meno mosso: minder beweeglijk, langzamer.Eén lepel minder.
assai
Zeer, behoorlijk. Allegro assai: heel vlug.Echt waar, heus.
non troppo
Niet te veel. Allegro non troppo: vlug, maar niet te vlug.Opschieten, maar niet rennen in de gang.
sempre
Altijd, steeds. Sempre piano: blijf zacht.De hele rit je gordel om houden.
mosso
Bewogen, in beweging.Een bootje dat vooruit drijft.
con moto
Met beweging, houd het in beweging.Doelbewust doorlopen.
con
Met.Brood met boter.
senza
Zonder.Thee zonder suiker.
ma
Maar.Snel, maar voorzichtig.
quasi
Bijna, alsof.Bijna als een liedje.

Samenspelen

tutti
Iedereen speelt.De hele klas zingt samen.
solo
Eén speler alleen.Eén stem in de schijnwerpers.
soli
Een kleine groep speelt de speciale partij.Een paar vrienden op het podium.
divisi
De spelers van één groep splitsen zich in partijen. Afkorting: div.Twee teams uit één klas.
unisono
Iedereen weer op dezelfde noten (na divisi). Afkorting: unis.Iedereen weer in één team.
a due
Beide spelers spelen dezelfde partij. Geschreven a 2.Een tweeling die hetzelfde zegt.
ad libitum
Vrij, naar keuze. Afkorting: ad lib.Zelf je toppings kiezen.
tacet
Dit instrument zwijgt in dit deel.Stil wachten tot je aan de beurt bent.
colla voce
Volg de timing van de zanger.Bij het dansen je partner volgen.

Speeltechnieken

pizzicato
Tokkel de snaren met een vinger in plaats van de strijkstok te gebruiken. Afkorting: pizz.Aan een elastiekje plukken.
arco
Weer met de strijkstok spelen (na pizzicato).Schilderen met één lange penseelstreek.
con sordino
Met demper, voor een zachtere, gedempte klank. Afkorting: con sord.Praten door een sjaal.
senza sordino
Zonder demper.De sjaal afdoen.
sul ponticello
Strijken vlak bij de kam, voor een glazige, fluisterende klank.Een spookachtig gefluister.
col legno
Spelen met de houten kant van de strijkstok.Met een stok tegen een hek tikken.
una corda
Piano: trap het linkerpedaal (het zachte pedaal) in.Een dekentje over de klank leggen.
tre corde
Piano: laat het zachte pedaal weer los.Het dekentje er weer af halen.
ottava
8va: speel een octaaf hoger dan geschreven. 8vb: een octaaf lager.Met de lift een verdieping omhoog (of omlaag).
loco
Terug naar de geschreven toonhoogte na een ottava.Terug op je eigen verdieping.
mano destra
Rechterhand. Afkorting: m.d. (Engelse boeken gebruiken soms R.H.)De hand waarmee je zwaait (bij de meeste mensen).
mano sinistra
Linkerhand. Afkorting: m.s. (Engelse boeken gebruiken soms L.H.)De andere hand.
Alle lessen muziektheorieMuziektheorie, heel eenvoudig

Pianogeluid: Salamander Grand Piano van Alexander Holm (CC BY 3.0).