Snaarinstrumenten: getokkeld, gestreken en aangeslagen
Een snaar alleen maakt maar een heel zacht geluid. Snaarinstrumenten hebben een holle houten klankkast die het geluid groot genoeg maakt om een kamer te vullen. Sommige worden gestreken, sommige getokkeld en sommige aangeslagen, maar ze werken allemaal op dezelfde eenvoudige manier.
In deze les

Hoe een snaar een toon maakt
Als je een snaar wegtrekt en loslaat, trilt hij heen en weer. Drie dingen bepalen zijn toon: hoe lang hij is, hoe strak hij staat en hoe dik hij is. Een korte, strakke, dunne snaar klinkt hoog. Een lange, slappe, dikke snaar klinkt laag.
De meeste snaarspelers veranderen de toon met hun vingers. Als je een snaar op de hals indrukt, wordt het stuk dat kan trillen korter, dus de toon gaat omhoog. Daarom kan een violist met zijn vingers op één snaar op en neer glijden om veel tonen te spelen.
De holle klankkast is een luidspreker van hout. De snaar laat de kam trillen, de kam laat de klankkast trillen, en de lucht in de klankkast helpt het geluid de kamer in te duwen.
De vioolfamilie
De vier strijkinstrumenten van het orkest zijn eigenlijk één familie in vier maten. Een strijkstok is een stok met paardenhaar. Als je hem over een snaar haalt, trilt de snaar zolang je blijft strijken.
- Viool
- De kleinste en hoogste. Vier snaren gestemd G D A E, onder de kin gehouden.
- Altviool
- Iets groter dan een viool, met een donkerder klank. Snaren C G D A.
- Cello
- Wordt zittend bespeeld, met het instrument rustend op de vloer. Snaren C G D A, een octaaf lager dan de altviool.
- Contrabas
- De grootste en laagste, zo groot dat de speler staat of op een kruk zit. Snaren E A D G.
Getokkelde en aangeslagen snaren
Sommige snaarinstrumenten bespeel je met je vingers of een plectrum. Een getokkelde toon sterft vanzelf weg, en dat geeft deze instrumenten hun snelle, fonkelende klank.
- Akoestische en klassieke gitaar
- Zes snaren, gestemd E A D G B E vanaf de laagste. Metalen fretten op de hals laten zien waar je moet drukken.
- Elektrische gitaar en basgitaar
- Een element zet het trillen van de snaren om in elektriciteit, en een versterker maakt het geluid luider. De basgitaar heeft vier dikke snaren, gestemd E A D G.
- Ukelele
- Een klein instrument met vier snaren dat beroemd werd op Hawaï, meestal gestemd G C E A.
- Harp
- Een grote driehoek van snaren die je met twee handen bespeelt. Een concertharp heeft meestal 47 snaren en zeven pedalen die de tonen veranderen.
Tokkelen en strijken in de muziek
In de muziek betekent ‘arco’ dat je met de strijkstok speelt, en ‘pizzicato’ dat je de snaar met een vinger tokkelt. Een violist kan midden in een stuk van de ene manier naar de andere wisselen. Je vindt beide woorden in de les over Italiaanse termen.
Pianogeluid: Salamander Grand Piano van Alexander Holm (CC BY 3.0).